.






















 

Vier Het Leven
                Hou van Jezelf

   
 

De Weg
              naar
                      Zelfmeesterschap......                                  ......Verwacht

Reis naar Diepere Waarheden
   Dorrit Lanfers


Vergeving
Kun jij vergeven?, vraagt De Stem.
Janus krijgt niet eens de kans om te antwoorden.
Voordat jij antwoord geeft, zegt de Stem, wil ik je eerst vragen wat jij onder Vergeving verstaat.
Janus denkt even na. Vergeven betekent voor mij niet kwaad blijven op of wrok koesteren jegens een ander, ongeacht wat hij of zij mij heeft aangedaan.
Tevreden met zijn snelle antwoord, lacht Janus De Stem toe.
Dit zal zeker het juiste antwoord zijn, denkt hij. Zo kan De Stem zien dat hij een goede leerling is.
Nee, zegt De Stem.
Nee?, antwoordt Janus verbaasd. Nee, zegt De Stem opnieuw.

Allereerst dient Vergeving niet buiten het zelf geplaatst te worden. Het heeft niets te maken met een ander.
Jij kan niemand anders dan alleen jezelf vergeven. Laat mij je dit uitleggen en luister goed.
Zoals je weet is iedereen de creator van zijn eigen werkelijkheid.
Met andere woorden: jij en niemand anders is verantwoordelijk voor alles wat je denkt en hoe je handelt.
Je bent je eigen meester.
Dus waarom zou je een ander moeten of kunnen vergeven of vragen om Vergeving.
Deze persoon is immers niet verantwoordelijk voor wat jij creëert.
Hij of zij heeft helemaal niets te maken met wat jij denkt, voelt en doet.
Nu kun je je afvragen hoe het dan komt dat Vergeving door bijna alle Gods-mensen buiten het zelf geplaatst wordt.
Dat komt doordat veel Gods-mensen leven vanuit dualiteit en zich afgescheiden voelen van hun goddelijke Eenheid.
Oordelen en veroordelen wordt hun nieuwe staat van zijn. Maar de overtuiging dat het de schuld van de ander is dat jij pijn hebt, boos bent en lijden moet, is door jezelf gecreëerd.
En is dus geen Waarheid.
Vergeving heeft veel te maken met schuld en veroordeling. Wanneer iemand iets doet waarvan jij vindt of zelfs eist dat hij of zij er Vergeving voor moet vragen, betekent dit ten
eerste dat jij jouw emotie op de ander projecteert.
Je neemt niet zelf de verantwoordelijkheid voor dit gevoel. In plaats van het gevoel vanuit jezelf te analyseren en te ervaren, wijs je met de vinger naar de ander.
Hierdoor onderken je de energie die jou op dat moment je pijnplekken wil laten ervaren zodat deze geheeld kunnen worden.
Maar door je te richten op de ander, zal de wond beslist niet helen, maar eerder toenemen in pijn. Omdat je de natuurlijke stroming onderbreekt.
Zo kan het onverwerkte gevoel zich opstapelen, totdat de Gods-mens niet meer weet en zich dus niet meer bewust is hoe deze emotie nog te transformeren is.
De werkelijke oorzaak is ondergesneeuwd, door de schuld telkens weer bij de ander te leggen.
Een wijze uitspraak luidt: Wanneer je naar de ander wijst, zie dat slechts één vinger naar de ander wijst en drie naar jezelf!
Eigenlijk word je door de ander een spiegel voorgehouden. Er gebeurt iets en jij reageert daarop. Actie en reactie, weet je nog?
De emotie zegt dus alles over jou en niets over de ander. Vanuit de rol van slachtoffer kun jij de ander de schuld van jouw gemoedstoestand geven.
Maar deze emotie kan alleen maar ontstaan wanneer er in jou iets getriggerd wordt.
Uit niets kan immers niet ineens iets ontstaan.
In plaats van boos of verdrietig te worden, zou je de ander beter kunnen bedanken.
Want de ander maakt je duidelijk wat er nog geheeld mag worden.
Maar nee, in plaats daarvan wijzen de meeste mensen een veroordelende vinger naar de ander en leggen zo de verantwoordelijkheid bij de ander neer.
We slaan en schreeuwen liever van ons af, dan onze eigen verantwoordelijkheid te nemen.
Of we kiezen ervoor ons terug te trekken in een hol en likken als aangeschoten wild onze wonden, ons erover verba- zend dat ze maar niet willen helen.
We kunnen de ander vervloeken, zelfs fysiek geweld aan doen.
Maar volgens de Wet van Oorzaak en Gevolg geldt dat je alles wat je geeft, ook weer terugkrijgt.
Vroeg of laat.
Is het niet in deze incarnatie, dan is het wel in een volgend aards leven.
Op deze manier houd je dus het rad van negatief karma in stand.
Vergeving is een groot goed en alleen weggelegd voor hen die dapper genoeg zijn om naar hun eigen pijnplekken af te reizen en deze zonder oordeel te omarmen.
Dan kan dit beperkende gevoel, gekoppeld aan oude herinneringen, overtuigingen en overlevingsstrategieën, gaan stromen.
De stinkende poel van stilstaand water verandert in een heldere beek.
Zo zal uiteindelijk Heling plaatsvinden.
Velen leven vanuit hun beperkte waarheid, die ze zelf hebben gecreëerd, gebaseerd op eerdere ervaringen in afgescheidenheid.
Het op angst gebaseerde denken biedt geen ruimte voor een hartgedragen bewustzijn.
Angst hangt samen met dader- en/of slachtofferschap. Vanuit die rol is het haast onmogelijk om niet te oordelen over het gedrag van een ander Gods-mens.
Ik zal je een verhaal vertellen waaruit duidelijk wordt dat een ander vergeven niets voor het zelf oplost.

Een jongeman verlaat op een goede morgen zijn huis en stapt in de auto op weg naar zijn werk.
Hij is goed gemutst, het is mooi weer en de zon lacht hem vriendelijk toe.
Om zijn ogen te beschermen tegen de krachtige stralen bukt hij zich onder het rijden naar voren.
In het dashboardkastje ligt zijn zonnebril.
In een split second let hij even niet op de weg omdat hij zijn bril wil pakken en ziet daarbij de naar links afslaande fietser over het hoofd, die ineens uit het niets tevoorschijn gekomen lijkt te zijn.
Een enorme dreun is het gevolg… De fietser vliegt over de motorkap, raakt met zijn hoofd het asfalt en overlijdt ter plekke.
De man blijft met een verschrikkelijk schuldgevoel achter en maakt zichzelf het ene na het andere verwijt.
Waarom had hij niet thuis zijn zonnebril opgezet? Waarom reed hij net daar op dat tijdstip? Hoe kwam het toch dat hij de fietser niet had opgemerkt? Hoe kon hij zo stom zijn! Hij heeft iemand de dood ingejaagd, het is zijn schuld!
Op een gegeven moment vat hij de moed op om naar de rouwende gezinsleden te gaan. Hij kan zo niet verder met zijn leven.
Hij komt om Vergeving vragen.
Maar ook uitleggen dat het zijn schuld is en dat hij het verschrikkelijk vindt wat hij heeft gedaan.
De achterblijvers reageren woedend, gefrustreerd en schreeuwen dat ze hem nooit zullen vergeven! Hoe durft hij überhaupt voor hun ogen te verschijnen.
Ze wijzen dus met een veroordelende vinger naar de man en vergeten dat alleen de man zelf zich kan vergeven. Dat dit niet hun zaak is.
De drie vingers van hun hand, die naar hen zelf wijzen, zien ze niet.
Ze reageren hun pijn, verdriet en boosheid af op een ander. Dit ondermijnt hun natuurlijke stroming van emoties. Op deze manier zal hun pijn alleen maar toenemen en niet ver- werkt worden.
Vanuit slachtofferschap wijzen zij naar de ander, terwijl er ook voor hen uit deze ervaring een les te leren is.
Het leven van de jongeman gaat verder, terwijl hij deze enorme last van schuld met zich meedraagt.
De herinnering aan die fatale dag lijkt zijn leven voorgoed veranderd te hebben.
Zijn hart is gesloten, pijn en schaamte overheersen zijn leven.
Na de confrontatie met de nabestaanden kan hij zichzelf niet vergeven.
Logisch ook, vindt hij.
Hij heeft immers een mens gedood. Hij is er de oorzaak van dat een familie haar zoon, echtgenoot, vader, broer en oom, verloren heeft.
Dit heeft grote gevolgen voor zijn kijk op de werkelijkheid en hoe hij zijn omgeving benadert.
Hij leidt een teruggetrokken leven, heeft nauwelijks vrienden omdat hij zijn ware gevoelens niet laat zien.
Ook kan hij vanwege zijn emotionele storingen geen blijvende relatie opbouwen met een partner, want wie verdient immers zo’n slechte man!
De man ligt op zijn sterfbed. Hij weet dat de dood hem spoedig zal verlossen van al zijn pijnen.
Hij is ook nu helemaal alleen en voelt de vreselijke eenzaamheid aan iedere vezel van zijn oude lichaam knagen.
Hij kijkt uit naar de dood, verlangt ernaar om verlost te worden van zijn grootse schuld.
Maar dan gebeurt er iets wonderlijks.
Voor de allereerste keer na het fatale ongeluk huilt de man, vanuit zijn Hart.
De last is hem werkelijk te zwaar geworden en met deze schuld wil hij niet sterven.
Door dit inzicht en zijn besluit treedt er een verandering op in zijn bewustzijn.
Hij geeft al zijn opgekropte emoties en gedachten de vrije loop.
Na veel gehuil over zijn persoonsverandering na dit vreselijke ongeluk, en om het verloop van zijn verdere leven, komt hij tot de conclusie dat er maar één iemand is die hem kan vergeven: hijzelf!
Niet de familie van de omgekomen man.
Niet GOD, of Spirit, nee…alleen hijzelf mag dit doen. Voor het eerst sinds lange aardse tijd opent zijn Hart zich en zachtheid omhult iedere lichaamscel, waardoor hij met een glimlach op zijn lippen voorgoed zijn ogen sluit.
Door zijn bewustwording is de man opgehouden antwoorden buiten zichzelf te zoeken.
Hij is tot het besef gekomen dat alleen hij in staat is zich- zelf alles te geven. Vanuit beperking (schuld) of Overvloed (Vergeving).
Wat een grote les heeft hij zichzelf uiteindelijk tijdens deze incarnatie toegestaan.

Nu ga ik je nog een verhaal vertellen.
Op een goede morgen verlaat een jongeman zijn huis en stapt in de auto op weg naar zijn werk.
Hij is goed gemutst, het is mooi weer en de zon lacht hem vriendelijk toe.
Om zijn ogen te beschermen tegen de krachtige stralen, bukt hij zich onder het rijden naar voren.
In het dashboardkastje ligt zijn zonnebril.
In een split second let hij even niet op de weg omdat hij zijn bril wil pakken en ziet daarbij de naar links afslaande fietser over het hoofd, die ineens uit het niets tevoorschijn gekomen lijkt te zijn.
Een enorme dreun is het gevolg… De fietser vliegt over de motorkap, raakt met zijn hoofd het asfalt en overlijdt ter plekke.
De man blijft met een verschrikkelijk schuldgevoel achter en maakt zichzelf het ene na het andere verwijt.
Waarom had hij niet thuis zijn zonnebril opgezet? Waarom reed hij net daar op dat tijdstip? Hoe kwam het toch dat hij de fietser niet had opgemerkt? Hoe kon hij zo stom zijn! Hij heeft iemand de dood ingejaagd, het is zijn schuld!

Op een gegeven moment vat hij de moed op om naar de rouwende gezinsleden te gaan. Hij kan zo niet verder met zijn leven.
Hij komt om Vergeving vragen.
Maar ook uitleggen dat het zijn schuld is en dat hij ervan overtuigd is dat dit bijna onvergeeflijk is.
Alleen hij en niemand is anders verantwoordelijk is voor deze verschrikkelijke situatie.
De rouwende gezinsleden zijn kapot van verdriet, maar wonderbaarlijk genoeg troosten ze hem.
Ze drukken hem op het Hart om toch vooral zichzelf te vergeven, want alleen hijzelf is daartoe in staat, niet zij.
Hoe bijzonder en vol Compassie dat deze familie niet een beschuldigende vinger naar hem wijst, maar haar verdriet bij zichzelf houdt en het hierdoor ruimte geeft om te stromen en transformeren.
In grote staat van verwarring leeft de man zijn leven.
Hij zal het zichzelf nooit vergeven, dat kan hij niet. Hij is schuldig aan dit ongeluk. Hij heeft iemand de dood ingejaagd.
Vanuit deze beperkte overtuiging blijft hij in zijn slachtofferrol en zijn verdere leven wordt geleefd vanuit deze energie.
En opnieuw trekt deze energiestroom datgene aan, waar- mee het resoneert.
In alles wat hij denkt en doet, komt deze energie van schuld, boosheid en verdriet naar voren.
De wonden worden niet geheeld, zijn beperkte overtuigingen niet getransformeerd naar hogere waarheden.
Hij wil het zichzelf niet vergeven, trekt het boetekleed aan en vanuit deze wrok gaat hij over naar de onstoffelijke wereld.
Om daarna opnieuw met deze energie te incarneren.
De ware les achter deze gebeurtenis zal hem ooit, door zichzelf, duidelijk gemaakt worden.

Nogmaals Janus, niemand anders dan jij bent in staat jezelf te vergeven.
Of je die weg bewandelt, bepaal je zelf.
Het kan een lange, moeizame weg worden, of een korte. Ook die keuze is aan jou.
Neem je verantwoordelijkheid. Alles dat jij creëert, heeft ook haar uitwerking op dit universum.
Tijdens het spel op Gaia speelt iedereen zijn rol. Overeengekomen afspraken tussen zielen voor de incarnatie, maken dat de Gods-mens een bepaalde zielskwaliteit op
Gaia volledig kan ervaren.
De spelers op het veld zijn de afspraken vergeten en kiezen voor een rol als dader of slachtoffer.
Het stadium van de zielengroei en de persoonlijke, Vrije Keuze, zorgen er samen voor wat de Gods-mens tijdens zijn incarnatie werkelijk leert.

Ga dan nu slapen, Janus.
Laat je fysieke lichaam rusten en ga deze aardse nacht op Reis. Zoek je Vergeving, Janus.

Met een vluchtige streling meldt zich zachtjes zijn vriend de wind.
Het moment is aangebroken om te vertrekken.
Samen zweven ze over verschillende gebieden, steeds verder weg van het dal.
Janus weet dat de tijd is aangebroken om zichzelf te vergeven.
Verder en verder reizen ze.
Water maakt plaats voor grasland en heuvels voor bergen. Ze gaan richting het Oosten.
De kale vlaktes maken plaats voor bomen en het duurt niet lang of Janus ziet in de wijde omtrek om zich heen alleen nog boomtoppen.
De wind verandert een beetje van richting en nodigt Janus uit
om op een open plek neer te dalen.
De plek wordt omgeven door imposante, hoge, witte berken. Met hun zwart-witte basten steken ze glimmend af in de diepzwarte nacht.
Gelijktijdig stralen ze een zekere Trots en Kracht uit, die
Respect afdwingt.
Janus ademt diep in en uit.
De enorme stilte die hier voelbaar is, maakt hem een beetje klein.
De energiefrequentie die hier heerst, is er één van Verbondenheid.
Hij kijkt omhoog naar de inktzwarte hemel en herkent de patronen van de vele, fonkelende sterren.
Een zucht van genoegen ontsnapt uit zijn keel. Wat heeft hij dit gebied gemist.
In de verte hoort hij een oehoe, wat zijn Geluk compleet maakt.
Hij bevindt zich in het Oeral gebergte, één van zijn favoriete plekken.
Tijdens zijn lange verblijf op Gaia reisde hij hier af en toe even naar toe om op adem te komen, voor hij weer terug- keerde naar de behoeftigen, die hem nodig hadden.
Op deze plek ervaart hij dat alles goed is zoals het is, dat verder niets er toe doet, alleen het moment van nu.
Dat deze plek Compassie en Mededogen uitstraalt, komt door de berken.
Zij zijn meesters in het transformeren van verdriet.
Op hoog niveau werken zij onderling samen om lagere frequenties om te zetten in frisse prana, de levensenergie van iedere cel.
Veel Gods-mensen zijn zich er niet van bewust dat iedere manifestatie en iedere gedachte, gecreëerd vanuit pijn, lijden, begeerte of angst, als een zware sluier Gaia zelf aantast.
Samen met andere bewustzijnsvormen zorgen de berken voor het Veld en wensen dat die ooit zijn kristallijnen structuur weer krijgt.
Het is voor Janus een waar genoegen om zijn longen telkens weer te vullen met prana. Zodat daardoor ook zijn systeem geschoond wordt.
Een krachtige energiestroom, in de vorm van een wervel- wind, wordt voelbaar en haalt Janus even uit zijn Verbinding.
Uit de energiestroom verschijnt Wolf.
Het hart van Janus slaat een keer over en hij hapt naar adem.
Wat heeft hij zijn vriend Wolf gemist!
Onvoorwaardelijke Liefde en Kameraadschap stromen uit de ogen van zijn grote Vriend.
Janus wordt overmand door Liefde, het wordt hem haast te veel.
Wat heeft hij dit gevoel gemist!
Janus wil wat zeggen, wat doen, maar het is allemaal te overweldigend voor hem.
Hoe kon hij Wolf zijn vergeten.
Hij was zo door zijn eigen verdriet opgeslokt, dat hij deze kostbare vriendschap was vergeten.
Zijn trouwe kameraad.
Zijn grote vriend, zijn totemdier en tegelijkertijd ook zijn leraar van de Benedenwereld.
Hoe dikwijls zijn ze niet samen afgedaald in het lichaam van Gaia, naar deze onderaardse wereld, om verloren ziels- stukken van Gods-mensen te zoeken en terug te brengen.
Welk een avonturen hadden ze samen beleefd, waarbij
Loyaliteit altijd voorop stond.
Wat een kostbaar geschenk voor Janus om een ander onvoorwaardelijk te kunnen Vertrouwen.

Ik ben nooit weg geweest, Janus, spreekt Wolf telepathisch tot hem.
Maar het zijn de sluiers die jij, vanuit afgescheidenheid, voor jezelf creëerde, waardoor je mij niet meer kon ervaren.
Hoe erg jij mij ook miste en naar mijn aanwezigheid verlangde, ik kon niet verschijnen, zolang jij dit verstik- kende web van illusies in stand hield.
Laten we daarom nu even versmelten en genieten van onze hereniging.
En mag ik je dan opnieuw uitnodigen, om samen af te dalen naar de ingewanden van Gaia?
Nu niet voor een ander, Janus. Maar om jezelf te helen. Jij hebt vanuit je Hart gevraagd, uit Vrije Wil, om jezelf te vergeven.
Vergeef alles en blijf niet langer rondwentelen in je eigen pijn en frustratie.
Dit houdt je afgescheiden van degene die jij echt bent. Dat weet jij en daarom ben ik verschenen om samen met jou je Heelheid op te eisen.
Aan jou de Keuze, mijn vriend.

Janus sluit zijn ogen en voelt een diep verlangen om zichzelf eindelijk te vergeven.
Het warme lichaam van Gaia antwoordt en opent zich voor hen beiden.
Beschenen door het natuurlijke, diffuse Licht dat haar lichaam uitstraalt, wordt een groot, onderaards gangenstelsel zichtbaar.
Stevige wortels, verankerd als statige bouwwerken, lij ken de onderaardse architecten te zijn van deze overweldigende galerijen.
Ze vormen een indrukwekkend schouwspel.

Janus en Wolf vervolgen hun pad, dieper en dieper afdalend in de buik van Gaia.
Soms zijn de gangen breed, dan weer heel smal en is er haast een onbevreesd Vertrouwen nodig om niet angstig te raken. Maar Janus voelt zich volkomen veilig en welkom ge- heten door Gaia, de grote Moeder, en de berken.

Wolf stopt uiteindelijk in een soort grote hal.
Zonder woorden weet Janus dat hij wordt uitgenodigd plaats te nemen in een zetel in de hoek.
Hoe bijzonder dat deze helemaal gevormd is uit de wortels van de berken.
Hij neemt plaats en sluit zijn ogen.
Hierdoor kan hij zich makkelijk afstemmen op het collectieve veld dat deze bomen in stand houden.
Hij voelt een golf van Liefde door zijn hele fysieke lichaam en zelfs daarbuiten, stromen.
De wortels sluiten zich als liefdevolle armen om het fysieke lichaam van Janus.
Ze willen hem omhelzen, koesteren.
Terwijl de wortels gezamenlijk een cocon vormen, voelt Janus zich volkomen veilig en welkom.
Een vreemdsoortige siddering laat zijn fysieke lichaam trillen.
Zijn lichaamsbewustzijn begint te reageren op de energie van de berken.
Janus stemt zich als vanzelf af op zijn hogere bewustzijns- vormen en verbindt zich vanuit zijn Antakarana met Gaia en de kosmos.
Hierdoor ervaart hij hoe de zuivere Liefde en het zuivere
Licht naar zijn zielester stromen. Door zijn hartenchakra’s en via zijn wortelchakra en aardester maakt het de verbinding met het hart van Moeder Aarde compleet.
Dan hoort hij zichzelf vanuit zijn diepste binnenste met een liefdevolle stem het volgende zeggen:
“Ik vergeef mezelf iedere daad, gedachte en handeling, ge- maakt vanuit afgescheidenheid, in het verleden, het heden en toekomst in deze of enige andere realiteiten.
Ik vergeef mezelf dat ik de ander toestond om mij, naar mijn gevoel, onrecht aan te doen, in dit of enig ander leven, in welke hoedanigheid dan ook”.

De wortels beginnen lichtjes te bewegen en zijn lichaam begint tot diep in zijn cellen te tintelen.
Traumatische herinneringen, schokkende energieën vanuit afgescheidenheid, beginnen zich te transformeren.
Beelden van opgelegde geloftes van armoede en zwijgen waarmee Janus zichzelf strafte, vanuit boetedoening worden afgewisseld met situaties waarin hij door gevoelens van schuld en zogenaamde zonde zichzelf niet kon vergeven.
Als een dolgedraaide film wordt het ene na het andere beeld, met de daarbij behorende gevoelens voor zijn innerlijke ogen geprojecteerd.
Zijn fysieke lichaam reageert heftig, maar wordt stevig in de greep van de wortels gehouden.
Alle energieën, die nu vrij mogen komen, verschijnen even als een werkelijkheid in zijn bewustzijnsveld.
Het zijn slechts de uitwerpselen van geclusterde herinneringen van lagere frequenties.
Toch voelt het als een op drift geraakte vulkaan die maar van geen ophouden weet, en het ene na het andere nare beeld ongecontroleerd uitspuwt.
Gezichten verschijnen, vervormen en verdwijnen, waarna er weer nieuwe gezichten verschijnen.
Het collectief van de berken brengt zo alle angels in kaart, die Janus ooit in zijn systeem geplaatst heeft door zichzelf niet te vergeven.
De energie van de berken transmuteert deze energieën, waardoor ze opgenomen worden in het Licht van Janus.
Vanuit Overgave staat Janus alles toe, hij is het vechten tegen zichzelf zó moe.
Hij heeft altijd geweten dat alleen hij in staat was om zich- zelf te vergeven
Dat hij telkens weer vocht tegen windmolens.
Maar het was zo moeilijk voor hem om deze waarheid te aanvaarden.
Het was eenvoudiger om De Ene of zijn Vrienden de schuld te geven.
Om zijn frustratie tegen een ander uit te schreeuwen of zich gewoon over te geven aan verdriet.
Hij wilde geen verantwoordelijkheid voor het lijden, dat hij zelf gecreëerd had, nemen, waardoor zijn hart zich begon te sluiten en zijn Godsvlam kleiner werd.
Janus speelde een gevaarlijk spel, omdat het in strijd met de goddelijke Wetten is om als Ontwaakte niet de eigen verantwoordelijkheid te nemen.
Hij had een ruimte gecreëerd voor lagere bewustzijnsvormen, die zich voedden met zijn verbittering.
Hierdoor konden zij in Kracht toenemen en zijn Gods- vonk nog meer doen slinken.

Nu hij zich van alles bewust wordt, groeit zijn Overgave om ook de allergrootste daad van Vergeving toe te staan.
Janus’ lichaam reageert heftig op zijn besluit.
Zijn fysieke hart begint sneller te kloppen en zijn ademhaling wordt onregelmatiger.
Het lichaam voelt en weet vanuit iedere vezel van het aard- se bestaan dat het moment aangebroken is, om de allerlaatste angel die Vergeving in de weg staat, op te heffen.
Hier heeft zijn fysiek voertuig zó lang op gewacht.
Dit wordt de aller moeilijkste daad voor Janus. Om zich zelf te vergeven dat hij duizenden aardse jaren geleden besloot om tot en met de Eindtijd, Gaia en haar schepsels te dienen.
Janus begint te huilen.
Een kermend geluid maakt duidelijk dat hij doorgedrongen is tot de diepste kern van zijn persoonlijke pijn en lijden.
Dit verdriet is werkelijk diepe smart. Met diepe inhalen wordt de rauwe pijn vrij gegeven.
Al die keren dat hij zich verlaten voelde en de Allerhoogste smeekte om hem te bevrijden van zijn aardse Opdracht, worden weer voelbaar.
Maar hij ziet het nu als waarnemer, ondanks de tranen.
Hij kijkt naar de zinloze incarnaties waarbij hij, verlamd door verdriet, niets nuttigs vanuit zijn Dienstbaarheid aan De Ene uitvoerde.
Janus ziet nu de werkelijke oorzaak van zijn pijn. Dat is zijn zielenpijn!
Door zijn zware Opdracht en zijn heimwee naar Thuis, begon zijn zielenpijn te overheersen.
De wreedheden, onwaarheden, manipulaties, sadistische martelingen, geknoei met genetisch materiaal en andere overheersingen vanuit het duister, sneden telkens weer als scherpe messen door zijn ziel.
Hoe kon deze creatie bestaan?
Hij snapte het op een gegeven moment niet meer, omdat hij te zeer verwikkeld was in het spel tussen Licht en duister.
Niet alleen Gaia, maar het hele universum was uit balans. Dit te ervaren was haast té veel voor Janus.
Zijn Gehoorzaamheid aan het Contract, gaf hem niet de mogelijkheid terug te keren naar Thuis.
Het werd een ware kwelling voor hem om af en toe te incarneren in een wereld waar duisternis overheerste en dit ook nog vanuit een beperkende stoffelijke vorm te moeten ervaren.
De scherpe pijnen van weleer worden hem bijna te veel.
Haast té zwaar, te zwaar…. mompelt hij in verwarde toe- stand.
Hij is uitgeput van verdriet en ook van het transformatie- werk dat de berken onverbiddelijk blijven verrichten.
Zij werken samen met de hogere aspecten van Janus, die hen toestemming hebben gegeven om deze daad van Liefde uit te voeren.
Nu wordt het zaak dat ook de lagere aspecten van Janus, die telkens weer mee incarneerden en hem belemmerden in zijn bewustzijnsgroei, zich overgeven.
“Wil jij jezelf vergeven?”

Opeens hoort Janus De Stem.
Omhuld in een wolk van wittige mist, ver verwijderd van de cocon, hoort hij zijn vertrouwde vriend.
Ondanks de pijn, de angst en grote verwarring weet Janus zich los te maken van zijn lagere gedachten, beelden en gevoelens.
Hij houdt zichzelf voor dat het slechts herinneringen, illusies, beperkende werkelijkheden, zijn.

Ja, hij wil Heel worden. Blij zijn.
Zich verbonden voelen.

Een overweldigende golf van Liefde overspoelt Janus, waardoor hij bijna geen adem meer krijgt.
Ja…hij Weet het!

Als Dienaar van het Allerhoogste doet niets er meer toe.
Daar waar hij heen gestuurd wordt, zal hij gaan.
Overal is zijn Thuis, als hij zich maar herinnert dat zijn verbinding er altijd is!
Niemand anders dan hijzelf is daar verantwoordelijk voor.

Met één diepe ademhaling zegt Janus: “Ja… Ja… ik vergeef mezelf dat ik niet voor de levenscyclus op aarde wilde kiezen”.

Direct daarna worden knisperende geluidjes hoorbaar vanuit de wortels van de berken, terwijl een gloed van goudkleurig Licht het Hart van Janus verwarmt.
Alles om hem heen lijkt te versmelten tot één grote liefdes- bel. Fonkelende deeltjes van kristalhelder wit verschijnen uit het niets en verdwijnen in het fysieke lichaam van Janus.
Zacht beginnen de berken te zoemen. Ze verbinden zich met het gemeenschappelijke Veld van Gaia.
Als een tevreden moeder antwoordt deze met klanken, zo wonderschoon en puur, dat Janus er van moet huilen. Een dikke traan rolt over zijn linker wang.
Deze traan is er één van Vergeving.
Gaia vangt hem dankbaar op, met haar onvoorwaardelijke Liefde.
Ook zij weet wat lijden is.
Ook zij weet dat alles deel uitmaakt van het grote spel. Deze traan van Vergeving zal als zaad gekoesterd worden om uit te groeien tot Compassie en Mededogen.

Ondertussen is het lichaam van Janus in een rustige slaap gebracht.
En het lijkt alsof hij zelf ook erg ver weg is, ondanks zijn alerte bewustzijn.
Voorzichtig leggen de berken Janus’ lichaam op de rug van Wolf, die rustig staat te wachten en omwikkelen hem met hun wortels.
Wolf knikt de berken eerbiedig toe, en vervolgt dan voorzichtig zijn weg.
Hij daalt dieper af in de buik van Gaia.
Wolf is op weg naar het Heilige Meer, naar het domein van de godinnen.
Hij is vertrouwd met hun energie en heeft veel Respect voor hun verschijning.
De godinnen werken vanuit vuur, passie, zachtheid of schijnbare vernietiging.
Ze zíjn deze energie, in hun totale Essentie.
Je weet van tevoren nooit met welke godin je kennis gaat maken, maar Wolf weet uit eigen ervaring hoe krachtig hun transformatiewerk is.
Ooit is hij zelf door hen geheeld van zijn diepe, oude wonden, die hij als openscheurende littekens met zich mee droeg.
De energie die daarbij vrijkwam, zorgde ervoor dat hij woedend begon te grommen en de aanval inzette om zijn tegenstanders te doden.
Zo raakte Wolf steeds verder verwijderd van zijn vrouwelijke deel en ging zijn mannelijke kant overheersen.
Op wraak en macht belust begon hij zichzelf te vernietigen.
Totdat hij door een Wezen werd aangesproken. Een godin. Deze godin waagde het hem te vragen waarom hij zich zo gedroeg.
Totaal overrompeld door deze vraag, vergat Wolf even zijn masker op te zetten.
In dit moment konden de ogen van de godin die van Wolf aanraken en zo zijn Godsvonk.
Voor Wolf was dit een belangrijk keerpunt in zijn lange verblijf op Gaia.
Er volgde een diepgaande transformatie, waarbij zijn oude wonden geheeld werden en de vrouwelijke energieën de mannelijke omarmden.
De verandering van de atmosfeer verraadt dat Wolf er bijna is.
Woorden zijn hier overbodig; Wolf heeft de Moedergodin via zijn gedachtekracht van hun komst op de hoogte gesteld.
Het prachtige azuurgroene en koningsblauwe, Heilige
Meer maakt iedere keer weer grote indruk op Wolf.
De alomvattende stilte die hier heerst, neemt je als vanzelf in zich op.
Alleen de druppels, die af en toe van het plafond vallen, onderbreken de stilte.
Ze klinken als magische klokjes.
In het water zijn prachtige, zilverwitte belletjes zichtbaar. Soms komen ze bijeen en vormen samen een kleine vortex, om daarna weer alleen verder te dansen.
Wolf buigt zijn kop als groet, wanneer hij zes prachtige, vrouwelijke figuren geruisloos ziet aankomen.
Door de glanzende, transparante jurken die ze dragen, is hun fijne lichaamsstructuur zichtbaar.
Zij komen in Opdracht van de godin Althea.
Eén van de wezens draagt een kristallen schaal, de anderen zijden doeken.
Wolf zakt langzaam door zijn poten.
Terwijl het bewegingloze lichaam van Janus liefdevol van Wolfs rug wordt gehaald, worden ondertussen de doeken ondergedompeld in de schaal met sacraal water uit het Heilige Meer.
De zes godinnen hurken rond het lichaam van Janus. Hun lange, sluike haar bedekt hun gelaatstrekken.
Zacht neuriënd en bijna in trance beginnen ze met hun werk.
Met hun slanke handen glijden ze routinematig over het lichaam van Janus.
Het lijkt alsof zij laag voor laag van Janus afpellen, waarbij ze soms even hun koele handen op een plek van zijn lichaam laten rusten.
Zijn lichaam reageert hierop met een licht schokje.
Zijn diepe littekens en zijn nog niet helemaal geheelde wonden worden aangeraakt.
Het heilige water en de zijden doeken, die telkens weer opnieuw gewassen en uitgeknepen worden, beginnen hun uitwerking te hebben.
De kristallen van dit water zijn van een hoge liefdesfrequentie en de zijden doeken zijn doordrenkt met gebeden en daardoor verbonden met Spirit.
Zo transformeren zij niet alleen gezamenlijk de lagere frequenties, maar verdwijnen ook alle hardheid en strijd uit het celgeheugen van Janus’ fysieke lichaam.
De vrouwelijke energieën keren terug en worden meer en meer geactiveerd en geïntegreerd na de verankering in zijn cellen.
Ieder atoom is verwikkeld in een prachtige dans, waarbij het vrouwelijke zich opent voor het mannelijke. Vanuit deze goddelijke verstrengeling en versmelting komt hun alchemistisch huwelijk tot stand.
Hemelse klanken in allerlei toonhoogten klinken nu door de ruimte en zwellen aan tot een gezang, dat zo mooi is dat zelfs Wolf even vergeet adem te halen.
Het Christusbewustzijn is geboren.
De energieën van Janus’ Geheime Kamer van het Hart worden aangemoedigd zich te manifesteren.
Vanuit de totale heractivatie van zijn zielester verschijnt in- eens de prachtige, Drievoudige Vlam.
Stralend blauw, helder geel en zacht roze stijgt de Vlam uit boven Janus’ fysieke lichaam.
Deze drie kleuren vertegenwoordigen de drievoudige natuur van De Ene.
Door het lange pad van groei, testen en beproevingen, dat Janus tijdens zijn levenscyclus op aarde heeft afgelegd, is de Vlam krachtig en groots.
Door deze heling gaat Janus een vernieuwd, meer verheven bewustzijn binnen.